|
Danskant is ontstaan uit de Volksdanscentrale
voor Vlaanderen (VDCV). Hieronder zetten we in
het kort onze
geschiedenis even op een rijtje.
1927 : Het ontstaan van de volksdansbeweging
in Vlaanderen
In de zomer van 1927 gaan Huig Hofman en
Fintje Balleux uit Antwerpen naar een
internationaal congres voor wereldvrede in Westfalen. Zij waren de enige Vlamingen onder de
400 deelnemers uit Europa en de verschillende
overzeese gebieden. Het was voor hen de
kennismaking met zowel de volksdansbeoefening
als het bestaan van jeugdherbergen. De bindende
kracht van de volksdans zette hen aan om eens
terug in Vlaanderen hiervan hun levenstaak te
maken. Zo ontstond ook de eerste Vlaamse
speelschaar "De Vedelaar", opgericht door Huig Hofman op 24 september 1932 in het op dat
ogenblik enige vegetarisch restaurant 'Renova'
te Antwerpen.
Wij beschouwen dit als het ontstaansmoment van
de volksdansbeweging in Vlaanderen.
De missie en doelstellingen die toen werden
geformuleerd :
Het verspreiden van de volksdans,
dienstverlenend aan alle jeugdwerk, organisator
van propagandafeesten voor volksdans,
uitstappen, fietstochten, volksdansbals,...
1935 : Oprichting van het Vlaams Instituut
voor Volksdans en Volksmuziek.
In het weekend van 7-8 september 1935 werd in
de jeugdherberg Alverenberg te Assent (nabij
Diest) het Vlaams Instituut voor Volksdans en
Volksmuziek (VIVO) opgericht.
De Vedelaar is medeoprichter en lid en beslist
om het opzoekingwerk inzake 'verloren' dansen
aan dit nieuwe instituut over te laten. Het VIVO ziet het grootser .... over heel Vlaanderen
groepen oprichten, opleiding van dansleiders
organiseren en inrichten van cursussen
huismuziek en volksdans. In een eigen
tijdschrift 'De Speelman' komen uitingen van
Vlaamse volkskunst voorop te staan.
1938 : De oprichting van de
Volksdanscentrale voor Vlaanderen
Vragen bij de politieke opstelling van VIVO leiden tot de afscheuring van 'De Vedelaar` in
de lente van 1938. Op 5 december 1938 wordt in
Antwerpen "De Volksdanscentrale" opgericht met
bijna gelijklopende doelstellingen als het
bestaande VIVO. Later wordt de naam uitgebreid
tot "Volksdanscentrale voor Vlaanderen". Huig Hofman formuleert dan de drie peilers waarop de
vereniging gebouwd wordt:
Bewegingsvreugde, schoonheidsaanvoelen en
gemeenschapszin.
1940-1950 Moeilijke jaren
In de oorlogsjaren wordt er in moeilijke
omstandigheden verder gewerkt. Er groeit een
grote belangstelling voor het stijlvol uitvoeren
van dansen (afwerking en eenheid in uitvoering)
door de opkomst van de Engelse contradans,
morris- en zwaarddansen. Huig Hofman bepaalt het
dansprogramma in VDCV en het
samenhorigheidsgevoel leidt zelfs tot een vrij
uniforme kledij. Met weinig dansleiders wordt
een zeer groot aantal initiatieven geleid en VDCV helpt ook bij de oprichting van een Waalse
Volksdanscentrale onder de naam “DAPO".
De Volksdanscentrale voor Vlaanderen is nu
een echte jongerenbeweging (leeftijd tussen 15
en 22 jaar). De ‘Vlaamse Jeugdherbergcentrale'
herrijst uit de as met secretaris Piet Kimzeke.
De Jeugdgilde wordt omgedoopt tot
Jeugdgemeenschap voor Kunstbeleven met
secretaris René Kesters. De Volksdanscentrale
voor Vlaanderen krijgt als secretaris Jan
Wouters. Deze drie organisaties worden een tijd
geleid door éénzelfde persoon, nl. Huig Hofman
die hiermee de trekkersbeweging, de
volksdansbeweging en de kunstzinnige beweging in
één hand houdt.
VDCV past haar statuten aan ingevolge de
opgelegde vzw-wetgeving en wordt een vzw op 21
december 1946. Een eigen tijdschrift wordt
opgestart eerst onder de naam 'VDCV', daarna
onder 'VDCV-leven" en later wordt dit 'Jan
Speelman', thans onze ‘Danskrant'. Er is een
grote samenwerking met de Vlaamse
Jeugdherbergcentrale voor het inrichten van
feesten en kadercursussen.
Periode 1950-1960 Kadervorming en jeudwerk
VDCV werkt als kadervormingsinstituut aan een
opleidingscursus voor volksdansleiders en
hieraan verbonden verschijnen ook de eerste
gedrukte volksdansbundels. Er is een doorbraak
op internationaal vlak met het volksdanscongres
van 1958 in Diest. Uitbouw van het programma in
de richting van de Balkanlanden en Israël maar
evenzeer inzake doelgroepen: dansen met
kinderen, jongeren, volwassenen en
gehandicapten. Doorbraak in de muzikale sector
(zang- en speelblaadjes in het onderwijs).
Eindelijk ook doorbraak in het jeugdwerk : alle
jeugdbewegingen maken kennis met de volksdans
dankzij de VDCV grammofoonplaatjes en
volksdansbundels.
Periode 1960-1970 Expansie van didactisch
dansmateriaal
Er wordt massaal deelgenomen aan de cursussen
en VDCV kan regionaal overal doorbreken waardoor
de uitgave van het didactisch materiaal in een
stroomversnelling komt. De opleiding tot
dansleider wordt opgesplitst in een technisch-methodisch en een theoretisch-didactisch deel.
1975 VDCV Landelijke Jeugddienst
De subsidiërende overheid verplicht ook VDCV om
haar werking vanaf 1975 (invoering van het
decreet op het landelijk jeugdwerk) af te
stemmen als 'landelijke jeugddienst'. De
vroegere ondersteuning als landelijk erkend
kadervormingsinstituut valt hierdoor weg. VDCV
kent in de periode 1975 tot 1985 een grote bloei
inzake het verenigingsleven. Er worden over heel
Vlaanderen dansgroepen opgericht die op een
solidaire basis en uitsluitend met vrijwilligers
werken.
Periode 1985-1990 Terugval van de
belangstelling voor volksdans en dansgroepen
De viering van 50 jaar VDCV in 1988 verplicht
VDCV om ook na te denken over haar verdere
toekomst als landelijke vereniging. Het eigen
verenigingsleven vertoont de eerste tekenen van
vergrijzing en er worden in Vlaanderen steeds
meer nieuwe dansvormen aangeboden waardoor de
volksdans in de verdrukking komt.
Periode 1990-2000 VDCV verruimt haar werking
en wijzigt haar naam in Danskant.
Het duurt nog tot februari 1993 vooraleer de
stap gezet wordt naar de verruiming inzake
dansvormen en de naamsverandering naar Danskant.
De ganse basis van de vereniging krijgt hiervoor
ruime kansen tot inspraak.
In februari 1994 stellen we vast dat de gebouwen
in de St. Vincentiusstraat niet meer
beantwoorden aan de huidige noden voor onze
werking en besluiten we om te verhuizen. We
vinden een nieuwe geschikte secretariaatsruimte
in Diest waar we in de loop van 1997 intrekken.
In de loop van het jaar 2000 wordt een deel van
het nieuwe secretariaat in Diest omgebouwd tot
geschikte dansruimte en wordt het opzet van
stichter/voorzitter Huig Hofman om in eigen huis
te kunnen dansen ook verwezenlijkt. Wij hopen
dan ook dat alle toekomstige dansleiders dit
huis als basis voor bijscholing en informatie
willen zien om de doelstellingen van Danskant te
helpen verwezenlijken.
Periode 2000-2005
Danskant past haar werking herhaaldelijk aan
naar aanleiding van de snel op elkaar volgende
decreten van het Vlaams Jeugdbeleid. De missie
en de doelstellingen worden duidelijker
geformuleerd en een driejarig beleidsplan zorgt
voor een nieuwe toekomstgerichte werking.
Danskant organiseert zelf tal van
dansCursussen en danscursussen. We bouwen
verder aan een netwerk van dansgroepen en
dansdocenten en we stellen ons ten dienste van
iedereen die met kinderen en jongeren wil
dansen. |